Dat België vandaag zijn 180ste verjaardag viert, is in heel het land duidelijk te merken. Bakkers, winkels, banken en postkantoren houden de deuren gesloten en heel het land kijkt uit naar de jaarlijkse optochten op het Koningsplein. Onder de hooggeplaatste aanwezigen bevinden zich ieder jaar ook een aantal Europese prominenten. Vandaag neemt ondermeer Herman Van Rompuy, permanent voorzitter van de Europese Raad, plaats op de eretribune.
Dat 21 juli de nationale feestdag van België is, is alom geweten in het land. Maar dat vele Belgen niet precies weten wat er nu net zo speciaal is aan deze dag, kan misschien wat vreemd lijken. De onafhankelijkheid van België werd eigenlijk uitgeroepen op 4 oktober 1830. Waarom dan precies 21 juli als nationale feestdag?
Na de Belgische revolutie in 1830 schreef de toenmalige elite een nagelnieuwe grondwet uit voor hun jonge staat. Een parlement met verkozen volksvertegenwoordigers en senatoren zou het land besturen.
Maar de zoektocht naar een staatshoofd bleek geen gemakkelijke taak. Het duurde nog ruim een half jaar vooraleer een geschikte kandidaat zich aandiende, Leopold van Saksen-Coburg-Gotha. Op 21 juli 1831 legde hij de eed af als eerste koning der Belgen. Sindsdien vieren de Belgen op deze dag feest, met de eedaflegging als het symbool voor onafhankelijkheid.
Toch is 21 juli niet het feest van de koning. Samen met de bevolking viert de koninklijke familie op 15 november Koningsdag. Dat dit de zaken wat ingewikkeld maakt, is waarschijnlijk een typisch Belgisch fenomeen.
Het Belgische politiek landschap, de gefederaliseerde structuur, de drie verschillende landstalen en twee verschillende feestdagen: 180 jaar België, maar 179 jaar monarchie. Het lijkt net iets te complex. Toch zijn het kenmerken die België maken tot wat het is: een overvloed aan verscheidenheid binnen de grenzen van een piepklein land.